Industria Rotterdam

Ondanks dat mijn interesse naar vele soorten lampen uitgaat, heb ik een voorkeur voor oude industriële lampen en lampen die vroeger beroepsmatig zijn gebruikt en dan in het bijzonder van het merk Industria Rotterdam.

Naast dit artikel over Industria Rotterdam is er ook nog een pagina over de lampen en armaturen van Industria Rotterdam & Industria Technische Verlichting

Regelmatig tref ik bijzondere lampen tegen met het logo IR, waarvan niet altijd te zeggen is wat de herkomst, leeftijd of gebruik is. Deels zijn ze terug te vinden in catalogi, maar Industria Rotterdam heeft ook veel specials gemaakt.

Het zeer herkenbare logo van Industria Rotterdam

Er was online niets te vinden over dit bedrijf. Daarom ben ik op onderzoek uitgegaan. Dit was niet alleen even ”googelen”. Ook bezoekjes aan het archief en het doorspitten van vele oude papieren waren nodig om tot onderstaand geheel te komen.

Lees gauw verder over dit prachtige Nederlandse bedrijf.

Industria Rotterdam – Een introductie

Industria Rotterdam was een Nederlandse fabrikant welke lampen heeft geproduceerd van 1920 tot en met 2011. Dit bedrijf is vooral bijzonder doordat ze zich niet richten op massaproductie, maar specialist waren in maatwerk. In tegenstelling tot hun Eindhovense concurrent.

Later werd het bedrijf Industria Technische Verlichting genoemd.

Dankzij hun specialisme in maatwerk, zijn er veel bijzondere modellen van Industria Rotterdam te vinden waarbij niet altijd te zeggen is hoe en waar het gebruikt werd.

Industria Rotterdam is vaak te herkennen aan het logo IR. Welke vaak in het glas of op het armatuur geplaatst werd.

Bunkerlamp met logo van Industria Rotterdam, heeft gehangen in de Maastunnel
Het logo van Industria Rotterdam gegraveerd in het glas van een oude bunker-lamp.

Een ijzersterk begin voor Industria Rotterdam (periode 1920-1929)

Industria Rotterdam kende zijn oorsprong op 2 oktober 1920, toen de heren M. Cohn en J.M. Wolf de oprichtingsakte van de NV Maatschappij voor Metaalbewerking “Industria” ondertekenden.

De onderneming begon in de Rotterdamse wijk Kralingen, in de Wollefoppenstraat nr 69-71. Het bedrijf noemde zich een geelkoper en bronsgieterij. Hier hielden ze zich alleen bezig met het verwerken van metaal. Er werden rozetten, kabelklemmen, muurflenzen, scharnieren en stopbussen gegoten.

Het kranten artikel betreffende “Maatschappij voor metalbewerking Industria”. Uit 1920.

Gezien de economische bedrijvigheid van de stad Rotterdam lag het voor de hand dat Industria Rotterdam zich ging bezighouden met toeleveringsproducten voor de scheepvaart.

Industria Rotterdam maakte in de eerste jaren voornamelijk patrijspoorten en ander scheepsbeslag van koper en messing. Maar Industria Rotterdam nam elke klus aan die hun pad kruiste, het maakte niet zo veel uit wat er gemaakt moest worden.

Het eerste lampje van Industria Rotterdam

De eerste verlichting was een looplampje voor de PTT, de postsorteerders van de PTT Rotterdam hadden een lampje nodig dat een bundel licht gaf en waarbij het personeel toch de handen vrij had.

Industria Rotterdam ontwierp een armatuur met een houten heft. Aan het uiteinde van het heft zat een metalen kapje met daarin drie gaten. Wanneer je er een lampje in draaide, schenen er drie lichtbundels uit het armatuur. Het armatuur had een haakje waarmee het ergens aan kon worden opgehangen.

Het looplampje. Het eerste verlichting ontworpen voor PTT Rotterdam

Dit armatuur was uitgevoerd met een bajonetaansluiting. Er zijn sindsdien vele kooilampen met het logo IR in het houten handvat geproduceerd. In deze jaren is bovendien W.P. Kremer mede-directielid geworden.

Het unieke marine brons

Industria Rotterdam is in zijn beginjaren groot geworden doordat zij het unieke marinebrons had uitgevonden, dit naar aanleiding van de vraag van een hoge marine-officier.

Meestergieter Lucas had “gestaalbronsd messing” uitgevonden, wat zeewaterbestendig was en dit kreeg om deze reden de benaming marinebrons.

Hierdoor onderscheidde ze zich t.o.v. de vele andere gieterijen en ze gingen ze zich toeleggen op de scheepvaart.  Op verzoek van de marine hadden metaalbewerkers van Industria Rotterdam een soort korf gegoten van het nieuwe materiaal. Een metalen mandje met gaten waar licht doorheen kon schijnen. De metalen korf werd geleverd voor een proefschip van de marine om de lampen op het schip te beschermen.

Dit was een succesvolle proef en de aanleiding waardoor Industria Rotterdam het volledige armatuur met korf en glas mocht gaan leveren aan de marine.

Het betreffende korf met glas die Industria Rotterdam mocht leveren aan de marine.

De grote vooroorlogse groei (1929-1945)

Na het succes bij de marine stonden binnen de kortste keren vele scheepswerven op de stoep bij Industria Rotterdam.

De Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM), de Holland-Amerika-Lijn (HAL) en de Koninklijke Lloyd hebben nadien veel scheepsverlichting van Industria Rotterdam afgenomen. Voor het schip “ms. Baloeran” van de Koninklijke Lloyd mocht Industria Rotterdam verfijnde lampjes met chique lambriseringen ontwerpen.

Het sterkste staaltje scheepsverlichting in de eerste jaren was voor het nieuwe vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn, Nieuw Amsterdam. Deze werd gebouwd door de Rotterdamse Droogdok Maatschappij en de scheepsverlichting kwam voor rekening van Industria.

De verlichting in de salon werd gemaakt van Berlijns zilver en de lampenkapjes waren van zuiver mica. De Nieuw Amsterdam werd in 1937 te water gelaten.

Gemoderniseerde straatverlichting

Na de crisis van 1929 besloot het bedrijf zich niet alleen op de scheepvaart verlichting te richten en hierdoor in 1932 kreeg Industria Rotterdam de opdracht de gemeentelijke straatverlichting van Rotterdam te moderniseren, deze opdracht kregen ze van het Gemeentelijke Energie Bedrijf (GEB).

De tevredenheid van de Rotterdamse GEB ging als een lopend vuurtje en Industria Rotterdam kreeg vervolgens de opdracht om de straatverlichting van Amsterdam en Den Haag te vervangen. Van 1932 tot en met 1939 leverde Industria Rotterdam aan maar liefst 48 gemeenten in Nederland straatverlichting.

Verlichting in de staatsmijnen

Daarnaast kregen ze ook een verlichtings opdracht voor de staatsmijnen, met wat aanpassingen waren de bestaande armaturen namelijk gasdicht te maken en daardoor explosie-vrij.

Bedrijfsovername Excelsior

In 1931 kocht Industria Rotterdam het bedrijf Excelsior op, de fabriek van Excelsior was aan de Ceintuurbaan gevestigd en zat in zwaar weer. Onder de vleugels van Industria Rotterdam krabbelde het bedrijf weer op. Excelsior produceerde o.a. vetpompen, vetnippels  en andere kleine vetsmeer producten.

Eén van de redenen voor de overname van dit bedrijf was de overtuiging dat de restproducten van Industria Rotterdam goed gebruikt konden worden bij Excelsior, hoewel dit plan zijn tijd ver vooruit was, bleek dit in de praktijk niet tot een vermindering van het afval.

In 1935 verhuisde Industria Rotterdam naar de Ceintuurbaan 66, in Rotterdam-Noord. Industria Rotterdam was toen bezig een reputatie op te bouwen in de specialistische en technische verlichting.

De groei vanaf de verhuizing in 1935 was enorm, in 1935 werkte er al meer dan 400 werknemers.

Het was vooral de specialistische markt waar Industria Rotterdam haar voorspoed aan te danken had. Industria Rotterdam had namelijk niet gekozen voor massale productie, zoals bij Philips in die tijd. Maar voor vakmanschap op maat.

Verlichting van de Maas tunnel

De Maastunnel was de eerste tunnel die Industria Rotterdam mocht verlichten. Speciaal voor deze tunnel had Philips natriumlampen ontwikkeld voor de armaturen van Industria Rotterdam.

IMG_20190428_135448~2

Op 14 februari 1942 ging de Maastunnel open. 

IMG_20190428_135502~2

Industria Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog

In mei 1940 begon het drama van de Tweede Wereldoorlog.

De investeerder Cohn was van joodse afkomst en moest daardoor zijn bezittingen verkopen, dit deed hij aan de families Goossens en Castendijk. Ook het joodse directielid Jozef Wolf was genoodzaakt om terug te treden uit de directie.

Cohn en Wolf hadden samen met Kremer het bedrijf groot gemaakt, maar moesten zich door de Tweede Wereldoorlog uit het bedrijf terugtrekken.

IMG_20190428_135632~2
Verduisteringslamp geproduceerd door Industria Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog

Voor meer informatie over verduisteringslampen kijk op de uitgebreide pagina over luchtgevaar, hier is ook een afbeelding van deze lamp te zien.
https://luchtgevaar.jimdofree.com/verduistering/

In de Tweede Wereldoorlog moest er scheepsverlichting geproduceerd worden voor de Duitse bezetters. Er werden projecten voor de Wehrmacht en de ”Kriegsmarine” aangenomen. Industria Rotterdam mocht in de oorlog wel het Maastunnel project afmaken van de Duitsers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Industria Rotterdam ook een verduisteringslamp geproduceerd.

IMG_20190428_135632~3
Het kranten artikel “Blijft verduisteren”

In 1944 werden veel machines uit de fabriek gehaald en naar Duitsland afgevoerd, ook werden er veel jongens en mannen tijdens de grote Rotterdamse razzia in november 1944 opgepakt.

Na de bevrijding kwam een deel van het machinepark terug en ook het grootste gedeelte van het personeel had de Tweede Wereldoorlog overleeft . Doordat er in de oorlogsjaren veel messing, koper en nikkel voor de Duitsers verborgen was gehouden, kwam de productie weer snel op gang.

De wederopbouw (1945-1972)

In de jaren die volgden is er enige onrust geweest, pas vanaf 1952 werd het weer rustiger toen Jan Ouwerkerk directeur werd.

Hij nam geen halve maatregelen en het bedrijf kwam hierdoor in rustiger vaarwater. Vertegenwoordigers gingen ook buiten de grenzen op zoek naar opdrachten en met succes.

Na de oorlog werden er op grote schaal armaturen geproduceerd voor scholen, overheidsgebouwen en kantoren. De pendels van Industria Rotterdam waren ongemeen populair bij scholen en andere openbare gebouwen.

Advertentie geplaatst in verschillende vakbladen in de jaren 60

In deze tijd produceerde Industria Rotterdam ook plafonnières, bureaulampen, wandlampen en zelfs biljartlampen. Veel van deze lampen werden ook geëxporteerd.

Bij buitenverlichting ging het niet om design, in tegenstelling tot bij utiliteitsverlichting. Hier moest er veel meer nagedacht worden over design, styling en mode, iets wat Industria Rotterdam niet gewend was.

Door de groei verhuisde Industria Rotterdam in 1951 naar de Rozenlaan. Hier werd steeds meer seriematig geproduceerd. Van een metaalverwerkingsbedrijf gespecialiseerd in gieten had Industria Rotterdam zich ontwikkeld tot een veelzijdig bedrijf met veel nevenactiviteiten.

De komst van gietaluminium

In 1953 kreeg de giettechniek een nieuwe impuls met de komst van gietaluminium. Industria Rotterdam heeft het zeewaterbestendige aluminium SD-13 ontwikkeld wat een groot succes is geworden.

Op vele vlakken heeft Industria Rotterdam voor technische verlichting gezorgd, zoals voor de startbanen van Schiphol, een pompeiland van Shell, een renbaan en zelfs een project voor de US-air force.

Een nieuwe Industria Rotterdam fabriek in Emmen

Op 17 oktober 1961 werd er een nieuwe fabriek geopend van Industria Rotterdam in Emmen op het industrieterrein de Bargermeer, dit was ook wel nodig door de opkomst van de fabricage van kunststof, wat een schone omgeving vereiste, wat de fabriek aan de Ceintuurbaan zeker niet was.

De stap naar Emmen had te maken met de flinke subsidies die indertijd werden verstrekt door de provincie Drenthe om de voormalige veenarbeiders aan het werk te krijgen.

In Emmen kwam een uiterst modern machinepark voor kunststofverwerking. In 1962 kwamen er ook voor het eerste vrouwelijke medewerksters in dienst.

Het belang van flexibiliteit

De kracht van Industria Rotterdam was dat het bedrijf flexibel was. Ging het in de scheepsverlichting wat minder, dan was er de binnenverlichting en ging het daar wat minder dan was er de paalverlichting.

Begin jaren 70 werd er een kennisovereenkomst aangegaan met Philips, onder het mom, kennis is macht. In deze tijd was de straatverlichting ook astronomisch gegroeid.

De Heinenoord-, Velser-, Coen- en Benelux tunnel zijn in deze jaren door Industria Rotterdam verlicht. Daarnaast werden wereldwijd schijnwerpers en offshore verlichtingsinstallaties geleverd.

Pas in de jaren 70 stagneerde de groei, toen de concurrentie uit het verre oosten explosief toenam.

Meer licht voor dezelfde prijs (1972-1986)

”Paaltoparmaturen” uit de jaren 80

In de jaren 80 werd de nadruk gelegd op paaltoparmaturen, dit ook door de oliecrisis waardoor er naar alternatieven werd gezocht.

In opdracht van de gemeente Den Haag ontwierp Friso Kramer een onconventionele kegelarmatuur die door Industria Rotterdam geproduceerd is.

Dit werd een groot succes en kreeg in heel Nederland navolging. Veel mensen komen deze armaturen nog dagelijks tegen op straat.

Minder scheepslampen

Scheepslampen produceerde Industria Rotterdam in die jaren bijna niet meer, het grootste gedeelte van de artikelen uit de scheepsvaartsector was in die tijd afkomstig uit het verre oosten.

Sinds de energiecrisis was Industria Rotterdam veel bezig met export en veel ervan ging naar het Midden-Oosten. Olieraffinaderijen, chemische industrie en industrie-plants kregen in die tijd explosie vrije verlichting van Industria Rotterdam.

De daaropvolgende jaren heeft Industria  Rotterdam over de hele wereld explosie vrije verlichting verzorgt.

Ook zijn er vele armaturen geproduceerd voor TL lampen, die in de jaren 80 dunner en energiezuiniger werden. Onder andere de ”Drechttunnel” is voorzien van 3,5 km armaturen van Industria Rotterdam. Ook ontwikkelde en produceerde Industria Rotterdam in deze jaren vandaalbestendige armaturen.

In 1983 werd in de gemeente Amsterdam 25.000, een derde van de straatverlichting, vervangen door Industria Rotterdam armaturen. De straten werden toen grotendeels verlicht met PL/DULUX-kegel armaturen. Eind 1983 werden bovendien Product-Markt-Coördinatie teams ingesteld om het productontwikkelingsproces te verbeteren.

In deze tijd werd er ook veel aandacht besteed aan het voorkomen van lichtvervuiling en hierdoor maakten ze ook veel gebruik van reflectoren.

Industria Rotterdam werd Industria Technische Verlichting BV

In 1986 werd D. Moerman directeur en eigenaar, de naam werd toen veranderd naar Industria Technische Verlichting BV. Voor meer efficiëntie, werd de Rotterdamse productie gesloten en werd alle productie naar Emmen verplaatst.

In dit jaar werd ook een megaorder voor defensie binnengehaald, de grootste order tot dan toe. Het betrof de complete tentverlichting voor de boogtunnels in het leger.

De vele kennis van Industria Technische Verlichting

Binnen de lichttechniek werden in deze tijd de kwaliteiten van kennis en ervaring binnen Industria Technische Verlichting sterker dan eerder benadrukt. Het leidde ertoe dat Industria Technische Verlichting steeds vaker die kennis ter beschikking stelde.

Industria Technische Verlichting was namelijk in staat om voor bijna elk verlichtingsprobleem een licht technisch advies te verzorgen. Gebruikers kwamen niet alleen meer voor een armatuur, maar voor een compleet verlichtingsadvies op maat van Industria Technische Verlichting. 

De oorspronkelijke gieters waren veranderd in pure lichttechneuten, de armaturen werden in deze jaren voornamelijk gemaakt van kunststof. Metaalbewerking was nog maar een nevenactiviteit van Industria Technische Verlichting.

De eerste beurs; Hannover Messe

In 1988 bevond Industria Technische verlichting zich voor het eerste op de Hannover Messe, vele beurzen in het buitenland zouden hierna volgen.  De verlichtingsjaren was tot diep in de jaren 80 een conservatieve markt, de marketing was dus van essentieel belang.

In augustus 1990 verkocht Dirk Moerman het bedrijf aan het Britse bedrijf Whitecroft. Dirk Moerman bleef wel directeur tot 1995.

Inmiddels was Industria Technische Verlichting een totaalaanbieder die sterk was in de gehele lichtmarkt. In 1995 werd E.J. van Schaik benoemd tot directeur.

Einde van een verlichtingstijdperk (1999-2016)

In 1999 is er een “Management Buy Out” geweest waardoor Industria Technische Verlichting weer een zelfstandige onderneming werd, met als belangrijkste financier de investeringsmaatschappij NeSBIC, een onderdeel van de Fortis Groep.

Rond 2001 heeft Evert van Schaik Industria Technische Verlichting verlaten en werd opgevolgd door een interim manager. In 2004 is Richard Schmit toegetreden als algemeen directeur van Industria Technische Verlichting. Richard Schmit heeft in opdracht van NeSBIC vervolgens gezocht naar een overnamekandidaat om een verdere groei te kunnen behalen.

Over name door Indal Group in 2007

Dit heeft in 2007 geleid tot een overname door het Spaanse “Indal Group”. Industria Technische Verlichting heeft vervolgens haar stempel weten te drukken op de ontwikkeling van de eerste succesvolle openbare led-verlichtingsarmaturen, eerst met het model Stela en later met de Luma.

In 2007 waren er in Nederland ongeveer 1 miljoen (van de 3,5 miljoen) openbare verlichtingsarmaturen van Industria Rotterdam/Industria Technische Verlichting. Bovendien werden onder andere de A4, de A12 en de A13 verlicht met Industria Technische Verlichting armaturen.

Industria Technische Verlichting had in deze tijd c.a. 300 medewerkers en was goed voor een omzet van 60 miljoen euro.

Industria Technische Verlichting was marktleider, vóór Philips, van woonwijk verlichting in Nederland en Groot-Brittannië. In Emmen werden toen 300.000 Industria Technische Verlichting producten geproduceerd.

Ook werden 9 van de 10 tunnels door Industria armaturen verlicht. In deze jaren was één van de nieuwe sectoren waar Industria Technische Verlichting zich in bewoog het groeilicht voor de tuinbouw.

Philips heeft een lamp van 1000 Watt ontwikkeld en Industria Technische Verlichting een hoogrendement-armatuur. Dit armatuur werd in die tijd in grote schaal in kassen geïnstalleerd.

Het einde van Industria Technische Verlichting

Mede door het succes van de LED-armaturen en de hoogwaardige tunnel-armaturen, werd de Indal Group en Industria Technische Verlichting interessant voor Philips Lighting.

Dit heeft ervoor gezorgd dat Philips Lighting in 2011 de volledige Indal Group heeft geacquireerd. Een gevolg hiervan was dat in 2014 de fabriek in Emmen is gesloten en het merk Industria Technische Verlichting is nadien definitief van de markt verdwenen en opgegaan in Philips Lighting.

In mei 2016 werd Philips Lighting naar de beurs gebracht. In mei 2018 werd de bedrijfsnaam van Philips Lighting veranderd in Signify.

Industria weer een sterk merk, 2018-heden

Op 1 mei 2018 is ook Industria Lighting Group B.V. opgericht door Ferry Breeuwer en Richard Schmit, oud medewerker en oud directeur van Industria Technische Verlichting, met als doelstelling om Industria als merk weer terug te brengen waar het in 2011 stopte.

Op dit moment is Industria Lighting Group gestart met de productie van onder andere groeiverlichting voor de professionele tuinbouw zoals Industria Technische Verlichting dat eerder ook al deed.

Hiermee hebben ze de eerste grote opdrachten al binnen waardoor het merk Industria Nederland en de rest van de wereld weer zal verlichten. Vanaf 2020 zal Industria Lighting Group zich ook weer gaan laten zien in de markt voor de openbare ruimte.

Industria Lighting wil en zal zich gaan onderscheiden op dat waar Industria Rotterdam groot mee is geworden, de kwaliteit van haar producten, met oog op bouwkwaliteit en lichttechnische performance. 

Hierbij zal de nadruk gaan liggen het beperken van zogenaamde ”glare” (verblinding en verstrooiing van licht). Waar dit rond 2005 – 2010 nog echt een thema was, lijkt dit met de komst van LED erg naar de achtergrond te zijn geschoven en is er vooral oog voor lumen (lichtopbrengst) en watt verhouding.

 Er gloort dus weer Industria licht in de toekomstige tunnels.

Nawoord

Een prachtig bedrijf met een rijke historie wat al heel wat jaartjes terug gaat met mooie en bijzonder armaturen en lampen.

Mochten er incorrectheden en/of onvolkomenheden in deze tekst zitten. Neemt u dan contact op middels het contactformulier

Bronvermelding

Industria 1920-1995, Geschiedenis van een verlichtingsfabrikant, Drs. Hans van den Akker

Industria Lighting, Den Haag

Afbeelding Luma, rechtenvrij van Flickr

Alle teksten en beeldmateriaal op die op deze site worden getoond vallen onder het auteursrecht of een andere wettelijke bescherming van intellectueel eigendom.

Deels zijn afbeeldingen en teksten uit de bron Industria 1920-1995 gebruikt. 

Mocht uw naam vermeldt staan in deze tekst en wenst u dit niet, neem dan contact op middels het contactformulier.

De inhoud van deze website mag niet voor commerciële doeleinden worden gekopieerd, verspreid en/of veranderd; noch mag enige inhoud worden herplaatst op een andere website. Deze website kan bovendien afbeeldingen bevatten waarop auteursrechten van derden rusten.